De burgonet was een helm die werd gebruikt tijdens de Renaissance en de vroegmoderne tijd. Hij verscheen voor het eerst vroeg in de 16e eeuw, rond 1500–1520, en bereikte zijn classicistische vorm ongeveer 1550.
De burgonet werd ontwikkeld als opvolger van de sallet, een helm uit de late middeleeuwen. De helm was in heel Europa populair en bleef gebruikt worden tot in de 17e eeuw. De burgonet was goed te herkennen aan zijn vorm. De helm had een bolle bovenkant met een grote vaste of beweegbare klep die voor de gezichtsopening uitstak.
Over het midden van de helm liep meestal een hoge kam van voor naar achter. Aan de zijkanten zaten bewegende wangstukken die bescherming gaven, maar die niet helemaal sloten bij de kin. Onderaan had de helm vaak een uitstekende rand die de nek en de zijkanten van het hoofd beschermde. De burgonet was relatief licht en had meestal een open voorkant, waardoor de drager goed kon zien en ademen.

Falling buffe
Als extra bescherming kon men soms een falling buffe gebruiken, een soort vizier, ontwikkeld vanuit de bevor, dat omhoog werd getrokken om het gezicht te sluiten. De burgonet werd het meest gedragen door ruiters, zoals demi-lancers en cuirassiers, die lichte tot middelzware bepantsering gebruikten. Ook onder infanterie kwam de helm voor.

De beruchte Border Reivers, rovers en strijders aan de Engels-Schotse grens in de 16e eeuw, gebruikten vaak burgonets en morions. Hierdoor kregen zij de bijnaam “steel bonnets”. In Polen droegen de beroemde gevleugelde huzaren eveneens burgonets, vaak vermengd met elementen van de Zischägge, een helm met een nekplaat en soms een neusbeugel.
In de Zwitserse infanterie, vooral onder piekeniers, was de helm eveneens veel te zien. Zwitserland probeerde zelfs tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914–1918) een moderne helm te ontwerpen die leek op de burgonet, maar deze ontwerpen werden nooit ingevoerd.
De burgonet bleef lang populair om drie belangrijke redenen. Ten eerste was hij goedkoper dan volledig gesloten helmen, omdat er minder scharnieren en sluitmechanismen nodig waren. Ten tweede bood hij meer vrijheid, doordat hij lichter was en een open gezichtopening had, wat het zicht en het ademen sterk verbeterde.
Ten derde gaf de helm ondanks zijn open voorkant toch goede bescherming aan het hoofd, de zijkanten en de nek, en konden soldaten een falling buffe toevoegen wanneer ze meer bescherming nodig hadden.

De Sturmhaube
De Sturmhaube was een type burgonet helm die zeer populair werd in de 16e en 17e eeuw. Hij leek op andere burgonets, maar had zijn eigen typische kenmerken. De helmschaal was rond gemaakt en had vaak een hoge stalen kam bovenop, deze was geïnspireerd op classicistische kunst en representeerde de Romeinse helmkam van weleer.
Aan de voorkant zat meestal een kleine klep of vizieropening. De wangstukken waren scharnierend bevestigd, zodat ze konden bewegen. Veel Sturmhauben waren niet uit één geheel gemaakt, maar uit meerdere metalen platen die aan elkaar waren geklonken.
Er bestonden twee hoofdtypen: de open Sturmhaube, zonder vizier, en de gesloten Sturmhaube, met een volledig vizier. Bij gesloten modellen kon het vizier worden vastgezet met pennen of een riem. Sommige open varianten hadden een metalen “falling buff” die kin en gezicht beschermde. De gesloten
Sturmhaube bestond meestal uit een helmschaal met kam, een brede oogklep, en aparte nek- en wangbescherming die aan de helm waren vastgeklonken. Het vizier kon één stuk zijn of uit meerdere overlappende platen bestaan, die men een absteckvisier noemde en die men kon losmaken of vastzetten met pennen.
De Sturmhaube werd al snel één van de meest gedragen type bourgonets van Europa. Alleen de morion was even populair. De helm werd het eerst gebruikt door de infanterie, vooral door soldaten die met pieken streden, zoals de Duitse Landsknechten, die actief waren vanaf het einde van de 15e eeuw tot de 17e eeuw.
Later werd de Sturmhaube ook veel gedragen door lichte ruiterij, omdat ze een goede combinatie bood van bescherming en een vrij gezichtveld, zowel te paard als te voet. Er bestond ook een speciale variant: de Sturmhaube met drie kammen. Bij deze versie zaten drie stevige stalen kammen op de bovenkant van de helm: één grote in het midden en twee kleinere aan de zijkanten.
De kammen waren vaak getand aan de bovenrand en boden extra bescherming tegen slagen. Buiten dit verschil was de constructie vergelijkbaar met normale Sturmhauben.

Al antiqua bourgonets
Rond de tijd dat de bourgonet Ontwikkelde ontstond in Noord-Italie de Al antiqua harnasstijl. Deze was sterk geïnspireerd op wapenrusting uit de klassieke oudheid die door de vroege vormen van historisch onderzoek in kaart werden gebracht.
Naast de praktische burgonet bestonden er ook pronkstukken vooral in Italië. Deze waren bedoeld voor ceremonies, parades of als statussymbool. Sommige exemplaren waren zeer kunstzinnig versierd. De bekende harnasmaker Filippo Negroli uit Milaan (ca. 1510–1579) maakte zulke kunstwerken, die tegenwoordig in musea zoals het Metropolitan Museum in New York te zien zijn.

Tataarse burgonet
Tenslotte was er ook de Tataarse burgonet, gebruikt door de ruitervolkeren van de Tataren. Deze helm was van ijzer of staal, uit twee stukken gemaakt die na het vormen werden geklonken. De vorm liep naar boven toe in een punt, vaak iets naar achteren gebogen. De helm had een kleine naar voren lopende oogklep en een korte nekplaat, maar geen vizier. Deze helmen waren vooral bedoeld voor snelle ruiteraanvallen.
Interne links
- Sallet: 15e-eeuwse helm met lange nekbescherming
- Armet: 15e-eeuwse helm die het hoofd volledig omsloot
- Het kuras: middeleeuws borst- en rugpantser
- De Rapier: Elegantie, Status en de Kunst van de Steek
Bronnen:
- Academische Literatuur: Sir Guy Francis Laking, A Record of European Armour and Arms Through Seven Centuries.
- Museumcollectie: Het Landeszeughaus in Graz (Oostenrijk).