Mannelijke Mode in de Hoge Middeleeuwen (1066-1300)

De Hoge Middeleeuwen waren een tijdperk van hoofse romantiek, de kruistochten en de opkomst van de gotische kunst. Voor wie een historisch verantwoorde outfit wil samenstellen uit de 11de tot de 13de eeuw, is het essentieel om de nuances van die tijd te begrijpen. Mode was in dit tijdvak een directe afspiegeling van sociale status, religie en economische macht.

Hoogmiddeleeuwse aristocraat in een rijk geborduurde tuniek volgens de mode van de 12e eeuw.

Kleding in Perspectief: Status en Materiaal


In de middeleeuwen werd kleding bepaald door je stand. De aristocratie droeg kleding om op te vallen: extravagant en kleurrijk. De werkende stand droeg praktische kleding voor fysieke arbeid, al bewaarden zij hun mooiste stukken voor zondagen en feestdagen.

  • Materialen: Wol en linnen vormden de basis. De elite kon zich daarnaast zijde, brokaat en rijk geborduurde stoffen uit Azië en Noord-Afrika veroorloven.
  • Innovatie: Vanaf de 13de eeuw deden geblokdrukte patronen hun intrede in Europa, overgenomen uit islamitisch Spanje. Dit was een relatief goedkope manier om stoffen lokaal te versieren zonder intensief handwerk.
  • Kleur: De kosten werden bepaald door de zeldzaamheid van verfstoffen. Ongeverfde stoffen waren voor de armsten; diepe kleuren zoals indigoblauw en smaragdgroen voor de rijken.
Normandische ridder met een lange tuniek en beenlingen in historische militaire kleding.

Onderkleding: Het Fundament


Onderkleding bedekte vrijwel het hele lichaam en was cruciaal om de dure overkleding te beschermen tegen zweet en vuil. Omdat linnen verkoelend werkt, werd in de zomer op het platteland soms alleen de onderkleding gedragen.

  • Braies: De linnen onderbroek die tot de knie kwam. Hieraan werden de losse broekspijpen (chausses) bevestigd.
  • Ondertuniek: Een lang linnen ondergewaad met lange mouwen. Bij mannen was dit gewaad iets korter dan bij vrouwen, zodat het net zichtbaar was onder de overkleed-tuniek voor een gelaagd effect.
Hoogmiddeleeuwse man in historische onderkleding met linnen hemd en braies.

De Adel: Pracht en Praal


Voor de adellijke man was de tuniek het belangrijkste kledingstuk, vaak uitgevoerd in wol-twill of linnen van de hoogste kwaliteit.

Normandische ridder met lans.

De Tuniek en de Bliaut


Edellieden droegen felle kleuren (donkerrood, smaragdgroen) en stoffen geweven met goud- of zilverdraad. In de 12de eeuw kwam de bliaut in de mode: een lang, vloeiend gewaad met klokvormige mouwen. De mannelijke variant was korter en praktijker dan de vrouwelijke.

Normandische edelman gekleed in een lang historisch gewaad volgens de hoge middeleeuwen.

Overkleding en Mantels

  • Surcoat (Cyclas/Dalmatica): Een mouwloos overkleed gemaakt van een vierkante lap stof, waardoor de tuniek eronder zichtbaar bleef.
  • Mantels: Een essentieel symbool van status. Ze werden vaak met een broche op de schouder vastgezet zodat de rechterarm (de zwaardarm) vrij bleef.
Hoogmiddeleeuwse ridder met een overkleed over zijn maliënkolder en historische bewapening.

Benen, Voeten en Sporen

Hoogmiddeleeuwse ridder met historische priksporen als onderdeel van zijn ruiteruitrusting.

Chausses (Beenlingen)


De "broek" bestond uit twee losse pijpen. In de 12de eeuw werden deze rijk versierd en ontstonden de eerste mi-parti patronen (twee verschillende kleuren). Vanaf de 13de eeuw werden ze vaak met kousenbanden onder de knie vastgezet.

Hoogmiddeleeuwse man gekleed in een tuniek met historische beenlingen.

Schoeisel en Sporen


Adellijke mannen droegen keerschoenen (enkellaarzen of rijlaarzen). In de 12de eeuw ontstonden de eerste puntschoenen als symbool voor mannelijkheid. Sporen waren uitsluitend voorbehouden aan de adel als teken van ridderlijkheid; in deze periode werden enkel priksporen gebruikt.

Historisch schoeisel uit de hoge middeleeuwen, passend bij 12e-eeuwse kleding.

De Werkende Stand: Boeren en Burgers

De Tuniek


Werkende mannen droegen wollen of linnen tunieken tot de knie met een ronde hals. Kleuren waren vaak ingetogen (grijs, bruin, blauw), maar de opkomende middenklasse (ambachtslieden) kon zich rijkere kleuren zoals wijnrood veroorloven.

Hoogmiddeleeuwse boer in een lange tuniek met kaproen en eenvoudige historische kleding.

Bescherming tegen de elementen


Voor koud weer droegen zij een tunicella (overtuniek met capuchon). De kaproen (cucullus) beschermde tegen regen. In de 13de eeuw kreeg deze kaproen de bekende lange punt, de lierepijp, die ook als sjaal of opbergplek diende.

Hoogmiddeleeuwse boer met een kaproen en eenvoudige kleding uit de hoge middeleeuwen.

Schoeisel voor de Arbeid


Naast lederen keerschoenen droegen werkende mensen vanaf de 12de eeuw houten klompen en trippen (houten onderschoenen) om hun leer te beschermen tegen modder.

Accessoires en Sieraden


Sieraden toonden rijkdom, maar ook geloof.

  • Riemen: In de 11de-12de eeuw droeg de adel een cingulum (rijke riem van stof/leer) hoog om het middel. In de 13de eeuw werd de lange, enkele leren riem (2-4 cm breed) de standaard.
  • Broches: Onmisbaar voor het sluiten van mantels en tunieken.
  • Hangers: Vaak religieus (crucifixen) en onder de kleding gedragen als amulet. In Normandische gebieden was de invloed uit Scandinavië nog sterk zichtbaar.

Interne links

Verder Lezen & Bronnen


Voor wie zich verder wil verdiepen in de manuscripten of bewaard gebleven kledingstukken:

  • Manuscript Miniatures: Een database van middeleeuwse afbeeldingen tot 1450.
  • Fashion in the Middle Ages door Margaret Scott.
  • Clothing the Past door Elizabeth Coatsworth & Gale Owen-Crocker voor overgebleven kledingstukken uit West-Europa.

Maak het verschil, doneer nu!

Lees onze nieuwste blogs!