In de Hoge Middeleeuwen, toen maliënkolders de belangrijkste vorm van metalen bescherming was, bood de maliencoif bescherming aan nek en onderkant van het gezicht. In deze tijd verwees de term gorget vaak naar gewatteerde stoffen bescherming die onder de maliëncoif werd gedragen.

Met de opkomst van plaatpantser in de 14e eeuw kreeg de bascinet een eigen maliënkraag, de camail of aventail die de nek beschermde. Vaak werd ook deze aan de binnenkant voorzien van een textiele inleg.
Soms werd daaronder nog een aparte extra maliënkraag gedragen, de “pisan” of “standard”, voor extra bescherming. Tegen het einde van de 14e eeuw, door de grotere penetrerende kracht van lansen, ontstond de behoefte aan stevige nekbescherming.
Een oplossing was een staande kraag gemaakt van plaatpantser, die genoeg ruimte liet om het hoofd te draaien. In het begin van de 15e eeuw werden dergelijke platen geïntegreerd in de helm, zoals bij de Great Bascinet.
Andere helmen, zoals de sallet, beschermden de onderkant van het gezicht en de keel niet met een plaat, en werden daarom gecombineerd met een bevor, terwijl de armet vaak werden uitgerust met een wrapper met lamellen. De onderliggende malienkraag werd vaak nog steeds gedragen, omdat de platen de achterkant en zijkanten van de nek niet volledig bedekten.

Volledig ontwikkelde gorget
Aan het begin van de 16e eeuw bereikte de gorget zijn volledige ontwikkeling als onderdeel van een plaatpantser. In tegenstelling tot vroegere gorgets of bevors, die over de borstplaat zaten en nog een aparte maliënkraag nodig hadden, werd de nieuwe gorget onder de borstplaat gedragen. Deze beschermde een groter gebied: nek, achterzijde van de hals, schouders en bovenborst.
De gorget diende ook soms als aansluitpunt voor de schouderstukken (pauldrons), die via gespen of riemen aan de gorget werden bevestigd. De nek werd beschermd door een hoge kraag van scharnierende lamellen, en de gorget zelf was verdeeld in voor- en achterzijde, verbonden met scharnieren aan de zijkanten zodat hij makkelijk aan- en uit te trekken was.
Sommige helmen hadden extra platen die over de gorget heen liepen, terwijl andere een strakke aansluiting vormden om openingen te vermijden.

17e eeuw en ornament
In de 17e eeuw ontstond een nieuwe vorm van gorget met een lage, niet-scharnierende kraag en grotere voor- en achterplaten die meer van de borst en rug bedekten.
Deze gorgets werden niet alleen onder het harnas gedragen, maar soms ook over civiele kleding of een buff coat. Sommige exemplaren waren ceremoniële stukken, rijk geëtst, verguld, gegraveerd, gebosseleerd of geëmailleerd, vaak met grote kosten en oog voor detail.
Langzaam werd de gorget kleiner en meer symbolisch. Uiteindelijk werd het een kraag in de vorm van een halve maan die aan een ketting droeg en steeds lager op de borst hing, zodat de gorget in de dagelijkse praktijk geen echte bescherming van de keel meer bood.