Coat of Plates: middeleeuws segmentpantser voor de romp

Een coat of plates is een soort harnas voor de romp die bestaat uit meerdere overlappende metalen platen. Deze platen zitten aan de binnenkant vastgenageld in een jas van stof of leer. Dit soort harnas hoort bij de periode van overgangspantser: de tijd waarin men overstapte van maliënkolder naar harde metalen platen. Een coat of plates werd meestal gedragen als onderdeel van de volledige uitrusting van een ridder.

Detail van een 14e-eeuwse coat of plates van de Visby-militie uit 1361

Het pantser verscheen in Europa rond de 1180–1220, werd algemeen gebruikt vanaf de 1250s, en tegen de 1290s was het zeer populair. Rond 1350 droeg ook voetvolk het, zoals de Visby militie.


Na ongeveer 1340 werden de platen op de borst samengevoegd tot de eerste echte borstplaat, waardoor de coat of plates langzaam verdween. Na 1370 bedekte de borstplaat de volledige romp tot aan de navel en lager.


Verschillende soorten coat of plates bleven bestaan in de vorm van de brigandine en de latere jack of plates, tot in de late 16e eeuw.

Soldaat van de Visby-militie uit 1361 met een coat of plates

Hoe de coat of plates is opgebouwd


Het aantal metalen platen kon sterk verschillen: van 8 tot wel 600, afhankelijk van de grootte. De platen overlappen elkaar, zodat de romp volledig beschermd blijft, zelfs tijdens beweging of gevechten.


De coat of plates lijkt op andere typen pantser zoals lamelpantser, schaalpantser en de brigandine, maar het grote verschil is dat bij een coat of plates de platen altijd aan de binnenkant zitten.


Een brigandine lijkt erop, maar heeft meestal veel kleinere platen. Soms is het verschil moeilijk te zien.


Onderzoekers zoals Mathias Goll stellen dat dit soort harnas eigenlijk een vorm van segment pantser is (meerdere delen die samen één flexibel geheel vormen), en dan in het bijzonder de categorie: “segmentpantser voor de romp – voor- en achterkant”.

Soldaat van de Visby-militie met coat of plates, malienkolder en ketelhoed

Voorbeelden: heilige Mauritius en Visby


Een bekend vroeg voorbeeld is het harnas van Sint Mauritius uit ongeveer 1250. Goll denkt dat de datering mogelijk iets later moet zijn, richting vroege 14e eeuw.


Hij beschrijft dat de achterplaten waarschijnlijk bestonden uit verticale stroken die onder leer of stof zaten, vastgezet met horizontale rijen nagels. Een van de belangrijkste bronnen voor het bestuderen van coat of plates zijn de massagraven van de Slag bij Visby (1361). Daar vond men veel harnassen met tussen de 8 en 600 platen.


In totaal werden 24 verschillende modellen coat of plates ontdekt. Sommige waren oudere types die leken op een soort gepantserde surcoat (een overkleed met platen aan de binnenkant).

Duitse huursoldaat met ketelhoed en paalwapen

Vroege vormen: surcoats met platen


Vroege coats of plates hadden soms lange stukken stof die voor en achter neerhingen, zoals bij het harnas van Sint Mauritius. Men denkt dat dit eigenlijk surcoats waren met metalen platen aan de binnenkant. Het is onduidelijk of die platen elkaar overlapten, maar veel leek op een coat of plates.


Toch tonen de meeste overgebleven voorbeelden uit de 14e en 15e eeuw dat de platen wél overlappen. Voorbeelden zonder overlapping bestaan, maar zijn zeldzaam.

Duitse huursoldaat met oorlogshamer en schild

 

Ontwikkeling door oorlog en ruiters


Dit pantser werd populair omdat ridders betere bescherming nodig hadden tegen speren en lans aanvallen tijdens gevechten te paard.


Een gewone maliënkolder met een gewatteerde jas (gambeson) bood daar vaak niet genoeg bescherming tegen.


De coat of plates bood bescherming tegen lans aanvallen op hoge snelheid, door een combinatie van de zachte gambeson, taaie maliënkolder en plaatpantser, de coat of plates.

 

Vroege vermeldingen in bronnen


Het vroegste bewijs van metalen borstverstevigingen komt van Guillaume le Breton. Hij beschrijft dat Richard I in 1188 een ijzeren plaat (“ferro fabricata patena”) droeg tijdens een steekspel. Die zat onder de maliënkolder, waardoor ze onzichtbaar was.


Ook andere bronnen uit ca. 1220 noemen zo’n ijzeren plaat “voor op de borst”, gedragen onder het harnas.


Dit verklaart waarom zulke harnassen bijna nooit zichtbaar zijn in oude tekeningen of beeldhouwwerken vóór het einde van de 13e eeuw.


Middeleeuwse verspreiding


Rond het midden van de 13e eeuw verschijnt dit type harnas in kunst uit Duitsland. Duitse ridders droegen coats of plates bij de slagen van Benevento (1266) en Tagliacozzo (1268). Ze waren bijna onkwetsbaar voor Franse zwaard aanvallen, totdat de Fransen ontdekten dat hun oksels slecht beschermd waren.


Scandinavische bronnen noemen het pantser vanaf ca. 1250 Briost Bjorg (“borstbescherming”), en zeggen dat het moest reiken van de tepellijn tot de gordel (dus grofweg tot de navel).


In andere bronnen wordt het plata genoemd en uitsluitend toegestaan voor de hoogste rangen. In Barcelona werden coats of plates gemaakt vanaf 1257, en in 1308 bestelde koning Jacobus II er voor zichzelf en zijn zonen, bedekt met rijk gekleurde stof.

Vroeg 14e-eeuwse ridder met grote helm en coat of plates over een malienkolder

Overgang naar plaatpantser


Naarmate de tijd vorderde, werd segmentpantser vervangen door grotere, beter gevormde platen. Maar segmentpantser bleef populair omdat het lichter, flexibeler en goedkoper was en minder vakmanschap vergde.


In 1295 droegen bijna alle Franse ridders een coat of plates samen met hun maliënkolder. Een handelaar bracht datzelfde jaar meer dan 5.000 coats of plates naar Brugge om te verkopen. In 1316 werden de harnassen van de gevangen Welsh edelman Llywelyn Bren beschreven als een “buckram armour”, een soort coat of plates.


Tegen de tweede helft van de 14e eeuw was het harnas goedkoop genoeg voor gewone soldaten, zoals de militie van Gotland en Parijs.


Bronnen:

  • Archeologische Vondst (Absolue Topbron): De massagraven van de Slag bij Visby (1361, Gotland, Zweden). Hier zijn meer dan 20 unieke Coats of Plates in de bodem gevonden.

Maak het verschil, doneer nu!

Lees onze nieuwste blogs!