De sallet, ook wel celata, salade of schaller genoemd, was een gevechtshelm die de bascinet verving in Italië, West-Europa, Noord-Europa en Hongarije tijdens het midden van de vijftiende eeuw. In Italië, Frankrijk en Engeland was de armet eveneens populair, maar in Duitsland werd de sallet bijna overal gebruikt.

Geschiedenis & ontwikkeling
De sallet ontstond waarschijnlijk in Italië. De naam celata komt voor het eerst voor in een inventaris van de wapens en harnassen van de familie Gonzaga uit 1407. De vroegste sallets waren eigenlijk een soort bascinet die zonder vizier of maliënkraag werd gedragen.
Omdat door het weglaten daarvan het gezicht en de nek onbeschermd waren, werd de achterkant van de helm langer en naar buiten gebogen om de nek te beschermen, en werden de zijkanten verder naar voren getrokken tot onder de ogen om de wangen te beschermen. Deze laatste ontwikkeling was het sterkst aanwezig bij de barbute, een variant van de sallet die elementen van de klassieke Corinthische helm overnam. Door contact met Italië werd de sallet ook populair in Frankrijk, Engeland en de Nederlanden, en uiteindelijk werd hij in Duitsland overgenomen.

Regionale stijlen
Er ontstonden regionale stijlen, die werden geproduceerd in de grote wapenmakerijen van Noord-Italië — vooral Milaan — en Zuid-Duitsland, zoals Augsburg en Neurenberg.
Een harnas of helm dat Duits van vorm was, kon echter evengoed in Italië zijn gemaakt, en omgekeerd. De Duitse sallet is mogelijk ontstaan uit een combinatie van de Italiaanse sallet en de diep-bolle Duitse ketelhoed, een chapel-de-fer helm met brede rand en vizier.
Sommige Italiaanse sallets waren bedekt met rijke stoffen, meestal fluweel, met randen van verguld zilver, messing of koper. Extra versiering in diezelfde metalen kon op de helm worden aangebracht, waardoor delen van de stof zichtbaar bleven. Een vergelijkbare afwerking werd bij sommige barbutes gedaan.

Sallets zonder vizier
Rond 1460 verloren de latere Italiaanse sallets hun geïntegreerde gelaatsbescherming en werden zij open helmen met sierlijk gebogen vormen. In deze eenvoudige vorm waren zij populair bij lichtbewapende soldaten, vooral boogschutters en kruisboogschutters, die vrij zicht nodig hadden.

Sallet en bevor
Zwaarder bewapende strijders konden extra bescherming verkrijgen door een bevor te combineren met een sallet. Deze twee onderdelen konden op verschillende manieren gedragen worden, afhankelijk van de situatie:

1. Recht op het hoofd, met geopend vizier en open bevor
Dit biedt een optimaal gezichtsveld en maximale ademruimte.

2. Recht op het hoofd, met gesloten vizier en open bevor
Dit biedt optimale bescherming maar een minimaal gezichtsveld.

3. Recht op het hoofd, met gesloten bevor en open vizier
Dit biedt een goed gezichtsveld en bescherming aan het gezicht.

4. Schuin op het hoofd, met gesloten bevor
Dit zorgt voor een groter gezichtsveld en meer ademruimte, ten koste van een deel van de bescherming.

5. Schuin op het hoofd, met open vizier en open bevor

Duitse sallets
Tussen 1450 en 1460 ontstond een duidelijk herkenbare Duitse stijl. Deze had een ronde helmkap die minder vloeiend gebogen was dan de Italiaanse vorm. Het opvallendste kenmerk was de lange, naar achteren getrokken staart, soms opgebouwd uit meerdere metalen platen. Een belangrijk verschil tussen de vroege Duitse sallets en de latere Duitse sallets tot ongeveer 1495, was dat die staart steeds langer werd.
De voorkant van sommige helmen liep ver omlaag om het bovenste deel van het gezicht te bedekken, met een smal kijkgat voor zicht. Andere versies behielden dezelfde vorm, maar hadden een beweegbaar half-vizier dat alleen het bovenste gezicht afdekte.
Duitse sallets werden vaak gedragen met een bevor, die liep van de bovenborst tot net onder de neus en de onderkant van het gezicht beschermde. Extra luchtgaten waren meestal niet nodig, omdat er een natuurlijke opening ontstond tussen de rand van de helm en de bevor, ter hoogte van de mond.

Engels - Bourgondische Sallet
In dezelfde periode ontwikkelde zich in Engeland en de Nederlanden een regionale variant, de Engels-Bourgondische stijl. De Nederlanden stonden toen onder heerschappij van de hertog van Bourgondië.
Deze helm werd gedragen met een bevor door volledig bepantserde soldaten en had vrijwel dezelfde bescherming aan de voorkant als de Duitse sallet. Hij was echter meer gebogen van vorm en had een minder sterk uitstekende achterzijde. In veel opzichten zat deze stijl precies tussen de Duitse en Italiaanse vormen in.

Franse sallets
Franse sallets leken sterk op dit type en worden vaak gerekend tot de zogenaamde korte-staart sallets.

Late sallets
In de laatste generaties van de Duitse sallet werd de bevor scharnierend aan dezelfde draaipunten bevestigd als het vizier. In eerste instantie zat de bevor nog aan de binnenzijde van de helm. Toen de lange staart aan de achterzijde vanaf ongeveer 1495 korter werd, begonnen deze latere sallets sterk te lijken op de gesloten helm.
De bevestiging van de bevor verschoof toen naar de buitenzijde van de helm. De sallet werd in het eerste kwart van de zestiende eeuw geleidelijk uitgefaseerd voor oorlogvoering en vervangen door de gesloten helm en de burgonet. Hij bleef echter nog tot halverwege de 16e eeuw in gebruik in een zwaar versterkte vorm voor bepaalde soorten toernooien.
De Duitse sallet was het voorbeeld voor de Duitse Stahlhelm uit de Eerste Wereldoorlog, terwijl de ketelhoed het model vormde voor de Britse en Franse helmen uit dezelfde periode. Later werd een Brits-Belgische helm met een ballistisch vizier ontworpen op verzoek van koningin Elisabeth van België, eveneens gebaseerd op de vorm van de sallet.
Interne links
- Armet: 15e-eeuwse helm die het hoofd volledig omsloot
- Bascinet: middeleeuwse helm met vizier en nekbescherming
- Bevor: metalen kin- en nekbescherming voor harnassen
- Het kuras: middeleeuws borst- en rugpantser
Bronnen:
- Archeologische Collectie: Kasteel Churburg en het Bayerisches Nationalmuseum (München) voor zowel de Duitse (gevleugelde/gerilde) als de Italiaanse (ronde) sallets.