De neushelm, ook wel nasal helm genoemd, was een gevechtshelm die duidelijk herkenbaar is aan een uitstekende metalen strip over de neus. Deze strip beschermde het midden van het gezicht. De helm ontstond in West-Europa en werd gebruikt vanaf het einde van de negende eeuw tot minstens rond het jaar twaalfhonderdvijftig.
Het belangrijkste kenmerk van de neushelm was de neusbeschermer. Dit was een smalle metalen strook die vanaf het voorhoofd of van een metalen band naar beneden liep over de neus.
De neushelm verscheen in heel West-Europa tegen het einde van de negende eeuw en werd al snel het meest gebruikte type helm. Hij verving oudere helmen die hun ontwerp baseerden op laat-Romeinse modellen, zoals de kamhelm en helmen van het spangenhelm-type.

Constructie
De vroegste neushelmen hadden een kenmerkende kegelvorm en werden tot in de 11e eeuw opgebouwd uit meerdere spangen. Net als bij andere spangenhelmen verbonden metalen strips drie tot zes stalen of bronzen platen tot een stevige helmkom. Het frame volgde de vorm van het hoofd en liep vaak uit in een kleine punt. Aan de voorkant was regelmatig een neusbeschermer bevestigd, die extra bescherming bood tijdens gevechten.
Hoewel neusbeschermers al eerder bestonden, bijvoorbeeld in Byzantium, Oost-Europa en delen van het Midden-Oosten, waren de neusbeschermers van de West-Europese neushelm meestal groter en steviger. Ze waren ook volledig geïntegreerd in de helmkom in plaats van apart vastgeklonken zoals in oudere helm ontwerpen. Hieraan dankt de helm zijn naamgeving.

Vanaf de 11e eeuw veranderde de vorm van de helm. Helmen werden nu uit een stuk staal gemaakt, wat hem aanzienlijk steviger maakte. De helm bleef zijn typisch conische vorm behouden, maar ook een ander type ontstond.

De Frygische neushelm
Eind 11e eeuw ontwikkelde zich een nieuw type neushelm. Deze had nog steeds de typisch conische vorm, maar had een verdikking aan de voorkant van de helmkom die waarschijnlijk voor extra veiligheid van het voorhoofd diende. Het model werd overal in Europa gebruikt en dankt zijn naam omdat hij lijkt op de Frygische kap” uit de klassieke oudheid. Waarschijnlijk ontstond deze vorm vanzelf tijdens het smeden, doordat de voorkant van de helm dikker werd gemaakt voor extra bescherming.
In de tweede helft van de 12e eeuw werd de kegelvorm minder populair. In plaats daarvan kwamen helmen met een ronde bovenkant in de mode. De Engelse koning Richard de Eerste wordt afgebeeld met zo’n ronde neushelm op zijn eerste grote zegel uit het jaar 1189.
Aan het einde van de elfde eeuw ontstond een nieuw soort neushelm met een platte bovenkant en een hoekige vorm. Deze helm was de voorloper van latere, diepere en cilindervormige helmen met meer gezichtsbedekking.

Vroege mandhelm
Uit deze ontwikkeling ontstonden uiteindelijk gesloten helmen en later de grote helm. De neusstrip vormde de basis voor meer gezichtsbedekking, en rond 1200 verschenen helmen met een bijna volledige gezichtsplaat waarin gaten zaten voor zicht en ademhaling.
Late neushelm
Tegen het einde van de 11e eeuw werd de neushelm minder populair bij zwaarbewapende ridders, omdat helmen met meer bescherming beschikbaar kwamen. Toch bleven neushelmen in gebruik bij boogschutters, voor wie goed zicht erg belangrijk was.
Ronde neushelmen met neusbeschermer kwamen zelfs nog voor onder ridders in de Maciejowski-bijbel, een Frans manuscript uit 1250. Waarschijnlijk gaven sommige ridders de voorkeur aan het betere zicht en gehoor dat deze meer open helm gaf.
De neushelm werd meestal gedragen over een maliëncoif, een kap van maliën ringen die de onderkant van het hoofd, de hals en de nek beschermde. Deze kap kon los gedragen worden of vastzitten aan de maliënkolder.
Aan de onderkant van veel helmen zijn klinknagels en gaten gevonden, waaruit blijkt dat ze een voering hadden, maar geen voeringen zijn bewaard gebleven. Waarschijnlijk kon de voering worden aangepast om de helm goed te laten passen.
De neusbeschermers waren vaak zo groot dat de drager onherkenbaar werd. Een bekend voorbeeld hiervan staat op het Tapijt van Bayeux. In de Slag bij Hastings moest Willem de Veroveraar zijn helm optillen om zijn soldaten te laten zien dat hij nog leefde. Dit laat zien hoe sterk een neushelm het gezicht bedekt.
Interne links
- Over Spangenhelm
- Mandhelm: vroege grote helm uit 12e-13e eeuw
- Grote helm: West-Europese pothelm uit Middeleeuwen
Bronnen:
- Archeologische Vondst: De legendarische St. Wenceslaus-helm (Praag), een van de weinige intacte neushelmen uit de vroege tot hoge Middeleeuwen.
Visuele Bron: Het Tapijt van Bayeux.