Middeleeuwse veldslagen waren chaotische en hectische gebeurtenissen voor de gewone soldaat. Zelfs ervaren en goed getrainde strijders liepen een groot risico om geraakt te worden door een tegenstander.
Om de schade van verwondingen te beperken, gebruikten soldaten verschillende vormen van lichaamsbescherming. De meeste overgebleven voorbeelden van pantser zijn gemaakt van staal, maar stalen bescherming was duur.
Een van de eenvoudigste vormen van pantser was een gewatteerd kledingstuk van stof. Dit werd gemaakt door twee of meer lagen stof aan elkaar te quilten, vaak gevuld met vulling, of door meerdere lagen stof op elkaar te naaien. Zo’n kledingstuk bood op zichzelf al goede bescherming, maar werd ook vaak gecombineerd met maliënkolders of later met plaatpantser.

Gewatteerde kleding was noodzakelijk om de impact van slagen op het lichaam te absorberen. Maliënkolders en plaatpantser boden bescherming tegen snijwonden en, maliënkolders in mindere mate dan plaatpantser, tegen steekwapens.
Zonder gewatteerde onderlaag zou de drager van deze typen lichaamsbepantsering weerloos zijn tegen slagwapens die voor trauma aan ingewanden konden zorgen.
Historische achtergrond
Verschillende middeleeuwse manuscripten en afbeeldingen tonen voorbeelden van gewatteerde kleding, zoals jacks, aketons, gambesons en jupons.

Hoewel het algemeen wordt aangenomen dat maliënkolders en plaatpantser altijd samen met gewatteerde kleding werden gedragen, is het vaak onbekend hoe deze precies waren gemaakt, omdat er weinig echte overgebleven voorbeelden zijn.
Sommige afbeeldingen tonen bijvoorbeeld een maliënkolder die mogelijk direct over een eenvoudige tuniek werd gedragen. Mogelijk zijn de kunstenaars niet van plan geweest om het detail te tonen, maar het kan ook zijn dat het gewatteerde kledingstuk vaak direct aan het maliënkolder werd genaaid.
De vroegste vermelding van gewatteerde kleding komt uit de 12e eeuw. Sindsdien is er bewijs dat het zowel los werd gedragen als in combinatie met ander pantser.

vroeg-Middeleeuwse gambesons
Gewatteerde pantser was geen 12e eeuwse uitvinding. in de klassieke oudheid gebruikten de Romeinen de subarmalis, deze bleef tot in de vroege middeleeuwen in gebruik. geschat wordt dat ook later, door de Vikingen en Normandiërs een vorm van gewatteerd pantser werd gedragen wat zo eenvoudig kan zijn als een dikke wollen kaftan.
Constructie van gewatteerde kleding
Gewatteerde pantser kon op twee manieren gemaakt worden. Een kledingstuk vullen met vulling of veel lagen stof op elkaar naaien, soms meer dan twintig, om een dik beschermend kledingstuk te maken.
De vulling bestond uit wol, linnen, dierlijk haar of oude lappen. Wol werd vaak gebruikt omdat het ademend was en het lichaam niet te warm maakte. In oude teksten wordt soms het woord fustian gebruikt voor de vulling, waarschijnlijk een stof van gemengd linnen en katoen.
Soorten gewatteerde kleding
De bekendste namen voor gewatteerde kleding zijn aketon en gambeson. Vaak werden deze termen door elkaar gebruikt en het is onduidelijk of beide een ander type lichaamsbescherming waren.
Beide konden ook los van stalen lichaamsbepantsering gedragen worden. Sommige soldaten droegen zelfs twee lagen: één onder het maliënkolder en één erover.
Gambeson en Aketon
Een gambeson werd vaak strak om het lichaam gedragen, zodat er ruimte was voor het metalen pantser erover. Het was meestal van linnen gemaakt en eenvoudig van uiterlijk, maar soms versierd. Gambesons hadden lange mouwen, die recht of gekarteld konden zijn, en een kraag die vrij stijf was.
De lengte van de gambeson paste zich aan aan het pantser: in de 12e en 13e eeuw reikte de malienkolder tot de knieën, dit noemen we een hauberk. Rond deze tijd was de gambeson ook deze lengte.

Eind 14e eeuw ontwikkelde zich plaatpantser en was er minder behoefte aan een lange maliën hauberk en gambeson. Dit type maliënkolder werd vervangen voor de haubergeon.
Bekende voorbeelden van dit type gambeson zijn van Edward de Zwarte Prins en dat van Karel VI van Frankrijk. Deze kledingstukken waren nauwsluitend en gemaakt uit meerdere lagen linnen met wol ertussen. Edward’s gambeson werd gestrikt, terwijl dat van Karel VI gesloten werd met houten knopen. Ze konden zowel over als onder metalen pantser gedragen worden.

Rond de 1e helft van de 15e eeuw werden gambesons korter en kregen ze een nauwsluitende taille. Vaak kunnen deze modellen aan de voorkant met knoopjes worden dichtgemaakt. Deze latere varianten worden ook wel arming pourpoint genoemd die zich door ontwikkelden tot de arming doublet.
Beschermende werking
Gewatteerde kleding bood zeker bescherming: testen laten zien dat een kledingstuk van 16 lagen linnen ongeveer hetzelfde beschermde als 5 mm gekookt leer tegen zwaard- of bijlslagen.

Hoe draag ik een gambeson
Tijdens de hoge middeleeuwen werd de gambeson waarschijnlijk direct over de tuniek gedragen.
Daaroverheen ging soms de maliënkolder. In deze dracht is het raadzaam de gambeson te voorzien van leren veters bij de schouders waaraan de maliënkap, maliencoif, kan worden bevestigd.
Een alternatieve optie was om over de maliënkolder nog een gambeson te dragen. Dit is naar onze ervaring isolerend maar biedt geweldige bescherming.
Vanaf de 14e eeuw ontwikkelde zich plaatpantser. In de 1e helft van de 14e eeuw kan daarom de gambeson, malienkolder met een coat of plates, elleboog pantser, scheen en kniestukken worden gecombineerd.
Vanaf de 2e helft van de 14e eeuw kan worden gekozen om de gambeson onder plaatpantser te dragen, aangezien rond deze tijd het kuras zijn intrede deed.
Ook gewone soldaten droegen rond deze tijd soms een combinatie van stalen en gewatteerd pantser, zoals de Visby militie uit 1361.
Ondanks de opkomst van plaatpantser behield de gambeson een vaste plaats, vooral onder soldaten die zich geen metaal konden veroorloven.
Zelfs in de 16e eeuw bleef de gewatteerde jas populair bij infanterie, hoewel hij toen meer werd gezien als een eenvoudige, goedkope vorm van bescherming voor hen die geen plaatpantser droegen. Harnas onderdelen werden toen in bulk gemaakt als munition pantser.

Extra gewatteerde bescherming

Gambeson cuisses
Gambeson cuisses waren dikke, gewatteerde bovenbeenbeschermers, vergelijkbaar met stalen cuisses. Ze staan o.a. afgebeeld in de Maciejowski-bijbel uit 1240 en konden later waarschijnlijk ook onder plaatpantser worden gedragen.
Gambeson cuisses kunnen worden gebruikt als onderlaag om kniestukken vast te maken. Ze zijn een ware aanrader om ervoor te zorgen dat kniestukken prettig blijven zitten.

Gambeson kraag
Op de Maciejowski-bijbel is zichtbaar dat in 1240 gambeson kragen los worden gedragen. Vanaf de 14e eeuw waren deze gambeson onderdelen ideaal om de maliën camail op vast te maken. Dit type maliënkraag werd direct aan de bascinet bevestigd wat de maliën coif onnodig maakte.
Al kunnen camails los gedragen worden. Het gebruik van een gewatteerde kraag is ideaal voor extra bescherming aan de nek en zorgt er tevens voor dat je baard niet in je camail vast komt te zitten.

Wambuiskap
De arming cap was een zachte, gewatteerde kap die direct op het hoofd werd gedragen. Deze kap dient als onderlaag voor helmen of mailen coifs zodat het staal niet rechtstreeks tegen de schedel drukt. Deze kappen zijn ideaal voor iedereen die een historische helm wilt dragen. Ze werden zelfs tot in de 16e eeuw gebruikt.
Volledig gesloten arming caps konden aan de binnenkant van de grote helm, grote bascinet, armet of gesloten helm worden vastgemaakt.
Interne links
- Arming Doublet: gewatteerd harnasjasje uit de 15e eeuw
- Pourpoint: middeleeuws jasje en harnasonderlaag
- Maliënkap: Middeleeuws hoofd- en nekpantser
- Het kuras: middeleeuws borst- en rugpantser
Bronnen:
- Visuele Bron: De Kruisvaardersbijbel (Morgan Bible, ca. 1240), die ridders toont die hun gambesons (al dan niet onder maliën) aan- en uittrekken.
- Academische Literatuur: The Armourer and his Craft door Charles ffoulkes.