
In een wereld zonder elektriciteit was kunstlicht een kostbare luxe. Voor de Romeinen betekende zonsondergang niet alleen het einde van de werkdag, maar ook het begin van een potentieel gevaarlijke periode. De olielamp (lucerna) was het antwoord: een bescheiden instrument dat de elite toeliet ’s avonds te dineren en de gewone burger hielp de weg te vinden in de donkere stegen van Rome.
Wat is een Romeinse olielamp?
Een olielamp is een reservoir voor vloeibare brandstof met een lontgat.
Brandstoffen: De absolute standaard was olijfolie, maar in regio's zoals Germania of Brittannië week men uit naar hazelnootolie, walnootolie of dierlijke vetten (zoals reuzel of visolie).
- Materialen: De meeste lampen waren van aardewerk (terracotta), vervaardigd in tweedelige mallen voor massaproductie. Rijkere huishoudens gebruikten gegoten bronzen lampen, die vaak hangend werden gebruikt.
Het dagelijks gebruik: roet en ritueel
Het branden van een lamp was een actieve bezigheid die constante zorg vereiste:
Het Lont: Meestal gemaakt van vlas of linnen. Een te lang lont zorgde voor roetvorming, een berucht probleem waar dichters als Horatius en Vergilius over klaagden.
Bijvullen: Kleine lampjes moesten elke paar uur worden bijgevuld via het vulgat (infundibulum).
Onderhoud: Met een speciale metalen pin of priem werd het lont omhoog getrokken om de vlam brandend te houden zonder de vingers te verbranden.
Symboliek en offer
De vlam had een spirituele betekenis. Olielampen stonden centraal op het lararium (huisaltaar). Het branden van de lamp werd gezien als een klein, voortdurend offer aan de huisgoden (Lares). Het was bovendien onbeleefd om lampen uit te blazen tijdens een diner; men liet ze liever opbranden als teken van overvloed.
Archeologische typologie (Bailey)
Archeologen gebruiken de vorm van de tuit en het lichaam om lampen te dateren. De Bailey-typologie is een van de meest gebruikte standaarden:
Type A: Vroege keizerlijke lampen (1e eeuw v.Chr. – 1e eeuw n.Chr.)
De overgangsvorm van handgemaakte naar gegoten lampen. Eenvoudig, robuust en vaak voorzien van een brede oliehouder.
Archeologen identificeren olielampen uit de klassieke oudheid op basis van typologie. Er zijn verschillende archeologische typeringen die wereldwijd worden gebruikt. Loeschcke Typologie (1919), Bailey Typologie (British Museum), Hayes Typologie (voor Noord-Afrika / Tunesië) zijn hier waarschijnlijk de bekendste van. In deze blog gebruiken we de Bailey Typologie.
Type B: Midden-keizerlijke lampen (1e – 2e eeuw n.Chr.)
De gouden eeuw van de olielamp. Deze zijn symmetrisch en hebben een versierde discus (het ronde middenvlak) met afbeeldingen van goden, gladiatoren of erotische scènes.
Type C: Late keizerlijke lampen (3e – 4e eeuw n.Chr.)
Massiever en dikker van vorm. De decoraties veranderen mee met de tijd: mythologie maakt plaats voor geometrische patronen en vroege christelijke symbolen zoals het kruis.
Type D: Post-klassieke & byzantijnse lampen (4e – 5e eeuw n.Chr.)
Vaak "slippervormig" (als een slof). Hier zien we veelvuldig het Chi-Rho symbool en andere christelijke monogrammen. In Egypte verschijnt het zogenaamde "kikker-type".
Brandgevaar in de stad
Verlichting was niet zonder risico. Romeinse huizen stonden vol met brandbare stoffen zoals houten meubels en gordijnen.
Wetgeving: Wie slordig omging met vuur kon uit zijn huis gezet worden.
Preventie: Inwoners waren verplicht blusmateriaal in huis te hebben, waaronder emmers water, azijn (om vlammen te smoren), sponzen en brandhaken.
De Vigil: De stadswacht hield toezicht op de brandveiligheid, maar vaak waren bewoners op elkaar aangewezen om met emmerbrigades een beginnende brand te blussen.
Faq
Hoeveel licht gaf een olielampje?
Eén lampje gaf ongeveer evenveel licht als een moderne kaars. Voor een goed verlichte kamer waren dus tientallen lampjes tegelijk nodig.
Waren de lampen behandeld tegen lekken?
Ja, omdat aardewerk poreus is, werden de binnenzijden vaak behandeld met een laagje hars of was om te voorkomen dat de kostbare olie door de wand van de lamp naar buiten sijpelde.
Interne links
Fakkels, kaarsen & lantaarns in de Romeinse oudheid
Wasschrijvers (Cera): Het Herbruikbare Notitieblok van de Oudheid
Romeinse Kleding: De Legionair van Top tot Teen
- Water halen in het Romeinse Rijk: putten, aquaducten en emmers