Introductie
De Scythen waren een machtig Indo-Europees nomadenvolk dat tussen 900 v.Chr. en 400 n.Chr. de uitgestrekte Euraziatische steppe beheerste. Hun rijk strekte zich uit van de Karpaten tot aan de grenzen van Mongolië. Ze stonden bekend om hun superieure ruitercultuur, hun dodelijke vaardigheid met de boog en een unieke kunststijl die nog eeuwenlang invloed zou hebben op de regio.
Hoewel de naam "Scythisch" vaak als verzamelnaam wordt gebruikt voor diverse stammen zoals de Sarmaten, Massageten en Saken, deelden deze groepen een kerncultuur: de Scytho-Siberische cultuur.

Oorsprong en Migratie
De wortels van de Scythen liggen diep in de prehistorie van de steppe. Ze stammen af van de Proto-Indo-Europese herders die rond 3.000 v.Chr. in West-Europa de Touwbekercultuur vormden. Na eeuwen van migraties tussen Europa en Centraal-Azië remigreerden hun voorouders rond 2.000 v.Chr. naar de Pontische steppe, waar ze de Sintashta culturen vormden (uitvinders van de strijdwagen).
De verdrijving van de Cimmeriërs
Rond 800 v.Chr. vestigden de Scythen zich definitief ten noorden van de Zwarte Zee (het huidige Oekraïne en Zuid-Rusland). Hierbij verdrongen ze de oorspronkelijke bewoners, de Cimmeriërs. Deze laatsten raakten intern verdeeld; terwijl de koninklijke stam werd uitgeroeid, vluchtten anderen naar West-Azië.

Samenleving en Sociale Structuur
De Scythische maatschappij was strikt hiërarchisch en gebaseerd op een patriarchaal systeem van clanstructuren en eed gebonden wederkerigheid.
De Koninklijke Scythen (Scoloti): De krijger-aristocratie en de hoogste klasse. Zij domineerden de politiek en de legers.
De Priesterklasse (Auchatae): Verantwoordelijk voor de religieuze rituelen en de kosmische orde.
De Boeren en Arbeiders (Catiari & Traspies): De onderste laag die zorgde voor de voedselvoorziening en handarbeid.

De Positie van de Vrouw
Aanvankelijk waren vrouwen ondergeschikt, maar door invloed van de verwante Sauromaten veranderde dit. Vanaf de Midden-Scythische periode konden vrouwen als krijgers dienen. Archeologen hebben talloze graven gevonden van gewapende vrouwen, wat mogelijk de basis vormde voor de Griekse legenden over de Amazonen.
Oorlogsvoering en Bewapening
De Scythen waren de schrik van de antieke wereld. Hun legers bestonden voornamelijk uit ruiterboogschutters die gebruikmaakten van schijnvluchttactieken: ze deden alsof ze vluchtten om de vijand uit de formatie te lokken, om vervolgens plotseling om te draaien en een regen van pijlen af te vuren.

Bewapening:
De Samengestelde Boog: Een krachtige, S-vormige boog met een groot bereik.
Schubbenpantser: Overgenomen uit West-Azië; ijzeren of bronzen schubben die op leer werden genaaid. Ook paarden werden soms hiermee uitgerust.
Akinakes: Een kort, Scythisch zwaard of dolk.
Schilden: Gemaakt van vlechtwerk, hout of huid, vaak versterkt met metalen strips.

Religie en de Dood
De Scytische religie was een vorm van Indo-Europees paganisme. Ze aanbaden goden die sterk leken op de Oudnoorse en Griekse godheden. Sjamanisme en het gebruik van cannabis in rituele tenten speelden een rol bij het opwekken van trances.

De Koergans (Koningsgraven)
Wanneer een koning stierf, werd hij met ongekende luxe bijgezet in een koergan (grafheuvel).
Zijn lichaam werd gebalsemd en langs alle stammen gereden.
In het graf werden concubines, bedienden en paarden geofferd om hem in het hiernamaals te dienen.
Een jaar na de begrafenis werden vaak 50 jonge dienaren en 50 paarden gedood en als "eeuwige ruiters" rond de grafheuvel opgesteld.

De Graeco-Scythische Handel
Vanaf de 7e eeuw v.Chr. stichtten de Grieken kolonies aan de Zwarte Zee, zoals Olbia en Pantikapaion. Er ontstond een bloeiende handel:
Export: De Scythen leverden graan, vis, pels en slaven.
Import: De Scytische elite kocht Griekse wijn, olijfolie en gouden sieraden.
Deze interactie leidde tot een prachtige mengstijl in de kunst, waarbij Griekse goudsmeden werkten in de typische Scythische "dierenstijl", met dynamische afbeeldingen van jagende roofdieren, griffioenen en paarden.

Het Einde van een Tijdperk
Rond 513 v.Chr. overleefden de Scythen nog een enorme invasie van de Perzische koning Darius I door een tactiek van de verschroeide aarde toe te passen. Echter, in de 4e eeuw v.Chr. begon het rijk te wankelen.
339 v.Chr.: De beroemde koning Ateas sneuvelde in de strijd tegen Filippus II van Macedonië (de vader van Alexander de Grote).
Ondergang: Uiteindelijk werden de Scythen rond 300-200 v.Chr. verslagen en geassimileerd door de opkomende Sarmaten.
Tegen de vroege Middeleeuwen was de Scythische identiteit volledig opgegaan in de nieuwe volkeren van de steppe, maar hun legendarische status als de ultieme ruiters van het Oosten bleef voortbestaan in de geschiedschrijving.
Interne links:
Foederati en Auxilia: De niet-Romeinse ruggengraat van het leger
Carthago: De Maritieme Grootmacht van de Oudheid
De Romeinse legionair in de oudheid: functie, geschiedenis en kenmerken