Een cavalier-hoed is een type hoed met brede rand dat populair was in het 17e-eeuwse Europa. Deze hoeden werden vaak gemaakt van vilt en meestal versierd met een struisvogelveer. Ze werden vaak op één kant omhoog geslagen of had één zijde van de rand vastgemaakt aan de kroon van de hoed (vergelijkbaar met de slouch-hoed), die vervolgens werd versierd met veren.

Cavalier-hoeden ontlenen hun naam aan de aanhangers van Karel I van Engeland tijdens de Engelse Burgeroorlog, bekend als de Cavaliers, die opvielen door hun extravagante kleding. Het was een veelvoorkomend hoedtype in heel Europa gedurende de 17e eeuw, totdat het later in de mode werd vervangen door de tricorne, die oorspronkelijk een cavalier-hoed was met de rand in een driehoek gebonden.
