Klassieke bogen
Scythische boogschutters
Hoewel de boog in Griekse mythologie veelvuldig voorkomt, maakten de Grieken tot aan de Peloponesische oorlog weinig gebruik van dit wapen. Zij huurden vanaf de 6de eeuw v.Chr. Scythen in als boogschutters. Dit volk, wiens naam waarschijnlijk afgeleid is van het Indo-Europese *skeud, “schieten”, werd ook door de Perzen en later door de Romeinen ingehuurd. In Griekenland ondersteunden zij de Atheense hoplieten in het gevecht en vormden daarnaast een soort politiegarde binnen de steden. Deze politiemacht kwam voornamelijk in actie tijdens belangrijke gebeurtenissen. Ze waren in praktijk een soort slaven van de stadswacht.
Scythische bogen
De Scythische boogschutters worden veelvuldig op Griekse vazen uit die tijd afgebeeld, wat een goed inzicht verschaft in hoe hun uitrusting eruit zag. Vaak worden ze in een geknielde schietpositie afgebeeld. Ze gebruikten samengestelde recurvebogen die in de gebieden rond Azië en Afrika veel werden gebruikt. Het is waarschijnlijk dat ze gebruik maakten van een duimring, hoewel het niet met zekerheid te zeggen is. De meeste buurvolkeren schoten met de duim, een traditie die via de Romeinen en Byzantijnen zou worden overgenomen door de Moren en Saracenen. Opvallend genoeg schoten volgens geschriften de Grieken zelf anders. Zij hielden de pees tussen duim en wijsvinger en lieten daar ook de pijl op rusten. Deze vrij zwakke greep maakte het de Grieken onmogelijk om de Scytische bogen te hanteren.
Romeinse boogschutters
De Romeinse sagittarii, boogschutters te voet, werden gevormd door hulptroepen uit Oost-Europa, Syrië, Scythië en Kreta. In de 1ste eeuw v.Chr., toen de Romeinen ook de Levant binnenvielen, introduceerden ze boogschutters te paard. Zij vormden eenderde van de boogschutterseenheid.
In de eerste instantie gebruikten de Romeinen voornamelijk Parthische boogschutters te paard, die medeverantwoordelijk voor de nederlaag bij Carrhae waren. In de 1ste eeuw n.Chr. werden ze al in alle Romeinse campagnes tegen de Germaanse stammen gebruikt.
In het Laat-Romeinse rijk kregen de sagittarii een speciale uitrusting. De Oosters beïnvloede helm was kegelvormig en had Romeinse wangkleppen en nekbescherming. De meeste sagittarii deden dienst in het Oost-Romeinse rijk en Afrika. Ze bleven hun boog als primair wapen gebruiken en werden in de 4de en 5de eeuw n.Chr. massaal ingezet tegen de Perzen en de Hunnen, die voornamelijk met boogschutters te paard vochten. In het laat-Romeinse rijk vormde de cavalerie het schild van het rijk. Rond deze tijd waren de meeste cavalerieregimenten getraind om naast de speer en het zwaard de boog te paard te hanteren. Na de val van het West Romeinse rijk bleef het Oost Romeinse rijk nog voor eeuwen de traditie van de boogschutter te paard houden.
Romeinse bogen
Vegetius adviseerde om boogschutters met een houten boog te laten trainen. Mogelijk verwees hij hierbij naar de Noord-Europeese longbow, die al voor het Romeinse Rijk bestond. De meest gebruikte boog door zowel boogschutters te voet als te paard was echter de recurveboog, die was samengesteld uit verschillende lagen hout en ander materiaal. Hoewel deze boog weinig is teruggevonden, wordt er gedacht dat ze zijn ontwikkeld op de Aziatische steppen. Het oudst bekende voorbeeld is de Scythische recurveboog, die vanaf de strijdwagens werd gebruikt. Doordat de boog uit meerdere lagen hout, hoorn of been bestaat en beide armen naar achteren afbuigen, wordt er meer spankracht op de werparmen gezet. Hierdoor kan een recurveboog zonder al te veel moeite ver en hard schieten. De harde lagen van de boog worden gecombineerd met de zachtere, elastische lagen. Hierdoor is de boog niet alleen sterk, maar ook flexibel. De meeste bogen van dit soort wegen slechts 500 tot 800 gram en zijn kort genoeg om makkelijk vanaf de rug van een paard af te schieten.
|
|
|












