Harnassen
In de late 12de eeuw werd voor het eerst middeleeuws plaatpantser op slagvelden gedragen. In de late 14de eeuw ontwikkelde dit zich tot het harnas, dat het lichaam volledig bedekte. Alleen de adel kon zich een harnas veroorloven, mensen met een lagere positie in het leger gebruikten vaak losse onderdelen. Tussen de 14de en pakweg 17de eeuw zijn er veel verschillende typen harnassen gebruikt, waarvan er in dit artikel een aantal worden uitgelicht.
Vandaag de dag wordt vaak gedacht dat een harnas zwaar was om te dragen, maar hij was zo ontworpen dat het gewicht over het gehele lichaam werd verspreid en daardoor minder leek. Lastiger was het voor de paarden die de geharnaste ridders moesten dragen. Ze moesten speciaal gefokt worden om het gewicht te kunnen dragen. Paarden droegen daarnaast ook zelf een maliënkolder of plaatpantser.
Doordat het harnas uit verschillende onderdelen bestond, was het relatief beweeglijk. De ridders konden ook te voet gemakkelijk hun wapen hanteren. Minder beweeglijk waren toernooiharnassen voor het steekspel, die extra versterkt waren en daardoor vrij log. Daarom waren ze ook niet geschikt tijdens veldslagen.
Hoewel het maliën effectief was, bood plaatpantser toch een betere bescherming, met name tegen lansen en pijlen. Tussen de late 13de en vroege 14de eeuw werd maliën steeds vaker met plaatstaal gecombineerd. Hoewel plaatstaal al in de 14de eeuw van goede kwaliteit was, bleef het maliën toch het vaakst gebruikt.
Middeleeuws plaatstaal werd aan het einde van de 13de eeuw voor het eerst gebruikt als elleboog- en kniestukken. In de eerste helft van de 14de eeuw kwamen daar de armstukken en beenstukken bij. Rond deze tijd droeg de ridder een maliënkolder, stalen armpantser en beenpantser en een helm. Ook werd vaak de coat of plates gedragen, of iets later de brigandine. De overkleden waren korter dan tijdens de kruistochten en diende niet meer voor het beschermen tegen hitte, maar voor het bedekken van het pantser, zodat de vijand niet goed kon inschatten hoe zwaar bepantserd zijn tegenstander was.
In de 14de eeuw werd er steeds meer gebruik gemaakt van huursoldaten, die vaak beter bewapend en bepantserd waren dan de boeren die als infanterie dienden. De Schotse schiltrom , Vlaamse piekeniers en Zwitserse hellebaardiers toonden aan dat de ridders tegenover de moderne, professionele infanterie het onderspit dolven. In 1415 werd dit nogmaals benadrukt in de slag bij Azincourt. De infanterie werd een eenheid om rekening mee te houden.
Rond het eind van de 14de eeuw was de ridder gekleed in een maliënkolder of –rok met daarboven een borstplaat, volledige armstukken, beenstukken en voetstukken. Ook werden de stalen handschoenen steeds uitgebreider. Deze periode was de enige in de geschiedenis dat een harnas onlogisch zwaar was.
Het Italiaanse harnas van Churburg is een goed voorbeeld van een laat 14de eeuws harnas. Het harnas is gemaakt in 1380. Opvallend is de messingen decoratie, die bij het origineel ingegraveerd is met Latijnse teksten die de drager moesten beschermen. Zelfs de handschoenen zijn met messing gedecoreerd. Rond de heup werd een dikke riem gedragen. Zijn belangrijkste functie was om het gewicht van het harnas te verdelen en daarnaast kon de drager zijn wapens er ook aan ophangen.
Het Churburg harnas is een perfect voorbeeld van de ontwikkeling van plaatpantser in zijn tijd. De bascinet heeft een schuin aflopend vizier om slagen naar het hoofd af te geleiden. Door de vorm wordt hij ook wel hondenkop- of varkenssnuitbascinet genoemd. De elleboog- en kniestukken hebben extra platen of rondels ter bescherming van de binnenkant van de gewrichten. De torso wordt beschermd door een maliënkolder en een zogenaamd “schort”, een soort kuras. Het schort sluit nauw aan op de maliënonderdelen en beschermt voornamelijk de organen in de ribbenkast. Door de goede bepantsering waren geen schilden meer nodig, deze werden vrijwel alleen nog voor toernooien gebruikt.
Celtic WebMerchant verkoopt verschillende onderdelen van het Churburg harnas.
Churburg bascinet Hondenkopbascinet Bascinet met maliënkraag Churburg schort Churburgkuras Churburg armstukken Churburg handpantser Pantserhandschoenen Hertog Gotisch beenpantser
Het pantser bleef zich ontwikkelen en er kwamen smeden die gespecialiseerd waren in het maken van harnassen en harnasonderdelen. Vooral Italië en Duitsland stonden bekend om hun goede harnasproducties. De families van smeden hadden eigen logo’s die ze in hun pantser graveerden. Tegenwoordig helpen de logo`s om te zien door wie een harnas was gemaakt en waar hij vandaan kwam. Sommige harnasssen werden door meerdere producenten gemaakt, mogelijk om een beter resultaat te krijgen. Een andere optie is dat harnasonderdelen beschadigd raakten en moesten worden vervangen.
Misschien wel beste voorbeeld van een midden 15de eeuws harnas is het Avant harnas. Het harnas staat tegenwoordig in the Glasgow Museum en is zo genoemd omdat het woord Avant (voorwaarts!) op de borstplaat staat gegraveerd. Het harnas is rond 1440 gemaakt in Milaan, de stad waar de beroemdste en beste harnassen vandaan kwamen. Milanese harnassen werden vaak door koningen en door de hogere aristocratie gedragen. Ze waren niet alleen een goed soort pantser, het was een kunstwerk met een eigen identiteit. Het Avantharnas heeft maar liefst vijf verschillende logo`s van producenten. Het harnas moest een uitstekende bescherming hebben gegeven.
De borstplaat is 4 mm dik, waarschijnlijk dik genoeg om kruisboogpijlen en mogelijk ook kogels van handgeweren tegen te houden. Aan het arm- en beenpantser is duidelijk de ontwikkelingen te zien die vanaf de tijd van het Churburgharnas zijn doorgevoerd. Onder het kuras werd geen gehele maliënkolder meer gedragen, maar een wambuis met opgenaaide stukken maliën. De linkerarm is voorzien van een breder schouderstuk waarmee het hart extra kon worden beschermd. De rechterkant heeft meer ruimte om de lans goed te kunnen dragen. Rond deze tijd werden ook geheel stalen wanten gedragen die de gehele vingers beschermden en zo breuken kon voorkomen. De borstplaat is langer gemaakt en heeft overlap met de schouderplaten. Tussen de borst- en schouderplaten zit nog steeds maliën, omdat dit een zwak scharnierpunt is. Het harnas heeft een barbute, maar deze is er waarschijnlijk later mee gecombineerd. Oorspronkelijk hoorde er waarschijnlijk een armet bij.
Celtic WebMerchant verkoopt verschillende onderdelen van het Avant harnas.
Italiaanse barbute Milanees kuras Milanees armpantser met schildjes Milanese armbeschermers Duitse toernooischouderstukken Milanese pantserwanten, ca. 1440 n.Chr. Milanese pantserwanten Pantserwanten Milanese pantserwanten deluxe Duitse pantserwanten Middeleeuwse scheenbeschermers Gotische kniebeschermers Gotisch kniepantser Grote kniebeschermers Volledig beenharnas Beenharnas en sabatons
Wanneer een 15de of 16de eeuwse ridder gewapend met een lans en zwaard een bres in de vijandelijke linie boorde, was het noodzakelijk om zo goed mogelijk bepantserd te zijn. Alles wat voor handen was, werd tijdens zijn aanval op hem afgeschoten en gegooid. Zijn doel was om op volle snelheid met zijn lans zich in de vijandelijke linie te storten en vervolgens gewapend met zijn zwaard, knots, bijl of oorlogshamer zich een weg te banen door de vijanden. Vanaf de honderdjarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland kon de ridder een inspiratiebron voor het voetvolk vormen door af te stijgen en te voet mee te vechten. Het was daarom noodzakelijk voor de ridder om een licht harnas te dragen, dat gemaakt was van een combinatie van maliën en plaatstaal. Dergelijke harnassen boden voldoende bescherming voor de taak en waren flexibel genoeg om op de vijand af te rennen. Deze werden later doorontwikkeld tot infanterieharnassen.
Veel harnassen waren niet ontworpen voor op het slagveld, maar ter decoratie en bescherming tijdens het riddertoernooi. Hoewel het niet de bedoeling was om elkaar te doden, kon er in het toernooi veel misgaan. Daarom ontwikkelde het toernooipantser zich deels los van het pantser dat op het slagveld werd gedragen. Rond de 15de en 16de eeuw bestonden er harnassen die speciaal gemaakt waren voor het toernooi. Deze harnassen zorgde indirect weer voor de technologische ontwikkelingen voor andere bepantsering op het slagveld. Harnassen die voor veldslagen werden gebruikt dienden licht en flexibel te zijn, toernooiharnassen hoefden dit niet. Ze moesten met name goed in staat zijn klappen van de lans op te vangen, vandaar dat ze over het algemeen zwaarder en sterker dan normale harnassen waren.
Toernooiharnassen waren dikwijls beschilderd, gepolijst of versierd met graveringen. Uiterlijk vertoon was in het toernooi belangrijk, omdat een ridder door alle aanwezigen bekeken en gekeurd werd, mogelijk ook door de koning zelf. Het toernooi bood ridders de mogelijkheid om zichzelf te bewijzen en hun bekwaamheid in het gevecht te trainen. Hij werd meestal op vriendschappelijke basis gehouden en de principes van het ridderschap speelden een grote rol.
Toernooiharnassen zijn onder andere kenmerkend voor de bijpassende helmen. Vaak werd er gebruik gemaakt van een armet die het gehele gezicht sloot achter een dikke plaat staal. In een aantal gevallen werd zelfs een kikkervormige helm gebruikt. De helm leunt geheel op de schouders, waardoor er geen druk op het hoofd en de nek komt te staan. Het vizier was een klein spleetje, dat alleen zicht gaf wanneer de ruiter zich voorover boog. Wanneer het moment van impact vlakbij was, kon de ruiter rechtop gaan zitten en was het risico op beschadiging van de ogen minimaal.
Toernooiharnassen waren over het algemeen uitgerust met een borstplaat waarop de lans kon worden bevestigd. Ook kon er aan de kant van het hart vaak een extra schildje worden bevestigd om de klappen van de vijandelijke lans op te vangen. Ondanks deze zware bepantsering gebeurde er regelmatig ongelukken tijdens de toernooien en vielen er ook vaak doden.
Celtic WebMerchant verkoopt verschillende soorten toernooiartikelen.
Paardendekens Sporen Toernooihelmen Toernooipantser Toernooischilden
De meest geavanceerde toernooiharnassen komen mogelijk uit de collectie van koning Henry de 8ste van Engeland. Henry was gek op toernooien en deed er vaak aan mee. Tussen 1524 en 1536 werden enkele harnassen voor hem gemaakt, die vaak rijkelijk werden gedecoreerd. Henry`s liefde voor het toernooi kostte hem bijna het leven, maar hij bleef gek op het spektakel. Henry hield van een combinatie van ridderlijkheid en moderne oorlogvoering. Hij hervormde het Engelse leger dat bestond uit longbowmen, boeren en ridders te voet tot een leger gewapend met piekeniers, kanonniers en schutters. Zijn eerste internationale onderneming was een alliantie tussen Engeland en het Heilig Roomse Rijk van keizer Maximiliaan de 1ste, om zo een blok tegen Frankrijk te vormen. Als teken van vriendschap schonk Maximilian in 1511 een harnas. Dit was dusdanig hoog ontwikkeld dat het de manier van harnas maken in Engeland voorgoed zou veranderen. Net als Henry was Maximiliaan fan van toernooien. Hij ontwikkelde zelfs een nieuw type van toernooivechten met scherpe lansen, en een daarbij behorend harnas, het Stechzeug.
Keizer Maximiliaan had wat harnassen betreft een dure maar goede smaak. Al staat de man zelf bekend om zijn gotische harnassen, rond zijn regeringsperiode werd er in het Heilig Roomse rijk gewerkt aan een nieuw type harnas, dat pas rond het einde van zijn regeringsperiode populair werd. Maximiliaanse harnassen worden gekarakteriseerd door hun geribde oppervlakte. De ribben zorgen ervoor dat het harnas bij een impact veel sterker is dan de andere vroeg 16de eeuwse modellen. De harnassen konden met gemak de impact van lichte handgeweren en kruisbogen weerstaan. De Maximiliaanse harnassen waren in de Milanese modestijl ontworpen, maar hadden ook duidelijk Duitse karaktereigenschappen. Vrijwel alle Maximiliaanse helmen zijn armets die vaak op opvallende manieren met snorren en gezichten zijn gedecoreerd. Alleen de onderbeenbescherming was vaak niet in de geribde stijl gemaakt. De harnassen moeten enorm duur zijn geweest en konden slechts worden betaald door de rijkste aristocratie. Er zijn aanwijzingen dat de Maximiliaanse harnassen ook tijdens toernooien dienst deden, maar hun primaire doel lag waarschijnlijk in de oorlog. Veel van de harnassen zijn net als de Tudorharnassen gedecoreerd met graveringen. Met het Maximiliaanse harnas had de ontwikkeling in het plaatstaal zijn hoogtepunt bereikt. Schilden werden uitsluitend bij toernooien gebruikt en slagwapens hadden geen kans tegenover dit type harnas.
Tussen de 16de en 17de eeuw werden er steeds meer vaste, professionele legers gebruikt. Deze legers bestonden voornamelijk uit infanterie, waarvan twee derde schutters en een derde piekeniers waren. De schutters droegen behalve hun helm vrijwel geen bepantsering. Daarentegen droegen de piekeniers een helm en lichte infanterieharnassen. Piekeniers waren gewapend met een speer van drie tot zes meter lang en een zwaard of kattenhakker. De piekeniers dienden voornamelijk om de musketiers tegen de vijandelijke cavalerie te beschermen. Daarnaast konden ze worden ingezet om vijandelijke pieklinies aan te vallen. Dit waren vaak bloederige gevechten met veel doden aan beide kanten.
De 17de eeuw was het eind van de harnasontwikkelingen vanwege de effectiviteit van de vuurwapens. De volledig bepantserde cavalerie vormde echter een eenheid waar nog steeds rekening mee gehouden moest worden. De ridders wisselden hun lans in voor vuurwapens zoals de karabijn en de handpistolen. Het zwaard bleef in gebruik. Wanneer de cavalerie op de infanterie afstormde, schoten ze hun karabijnen af en trokken ze zich weer achter de linie terug om te herladen. Bij een charge schoten ze vervolgens op een kortere afstand hun handpistolen af en trokken hun zwaard. Deze charges leverde nog altijd een grote impact op en verschillende verslagen uit de Britse burgeroorlog tonen hoe de cavalerie een grote bres in de linie wist te slaan.
Omdat de vuurwapens zich ontwikkelden, werd het pantser dikker. Een kogelwerende helm was vier keer zwaarder dan het oorspronkelijke model. Toch werd kogelwerend pantser soms gebruikt. De generaal Arthur Haselrigge vocht in 1643 bij de slag bij Roundway Down en werd daarbij tweemaal met een kogel tegen zijn pantser geraakt, eenmaal zelfs tegen zijn helm. Dit had niet het gewenste resultaat en de cavalerie wist de infanterie met hun zwaard van het veld te vegen.
Het pantser kon echter op een gegeven moment niet dikker gemaakt worden. Cavaleristen kregen moeite hun paarden te bestijgen en het kwam steeds vaker voor dat ze zich steeds minder zwaar bepantserde.
De lichte cavalerie had het gewonnen. Vanaf deze tijd werd er voornamelijk een buff-coat gedragen, deze jas was gemaakt van dik leer en beschermde tegen zwaarden pieken en in uitzonderlijke gevallen tegen pistolen. Daarover droeg de ruiter een kogelvrije borstplaat en een bourgonet die vaak een vizier had van drie metalen strips. In de toekomst zou zelfs deze uitrusting van het slagveld verdwijnen achter de rook van de geweren en kanonnen.
De prestige van plaatpantser bleef echter altijd bestaan. Veel belangrijke leden van de samenleving werden op schilderijen afgebeeld met een harnas aan, zelfs toen die niet meer gedragen werden. De gorget, een opstaande pantserkraag, was een mode-artikel dat door rijkeren in combinatie met gewone kledij gedragen werd.
|
|
|















