Viking kunststijlen
De eerste associatie die de meeste mensen bij het woord “Viking” hebben, is die van een woeste, bebaarde man (al dan niet met een gehoornde helm op zijn hoofd), die rovend en plunderend rondtrekt met een zwaard in zijn ene, en een hoorn met mede of een groot stuk vlees in zijn andere hand. Hoewel hier een kern van waarheid in zit, waren Vikingen daarnaast ook boeren, ambachtsmanen en goed verzorgde edelen.
De Oseberg / Broastijl
De Oseberg of de Broastijl duurde van ongeveer 740 n.Chr. tot 850 n.Chr. Hij wordt genoemd naar respectievelijk het schipgraf uit Oseberg, waar verschillende objecten in deze kunststijl zijn gevonden, of de grafvondsten bij Broa. Het schip bij Oseberg is het vroegste voorbeeld van deze stijl en in de vondsten bij Broa worden de twee belangrijkste kenmerken van de stijl samen afgebeeld: het grijpende beest en het kronkelende diermotief. Het grijpende beest is een dier dat met zijn klauwen de rand van de afbeelding, zichzelf of een ander dier vastgrijpt. Het is een typisch Vikingmotief dat de Osebergstijl onderscheidt van de voorgaande Scandinavische kunstijlen, maar dat hier minder vaak voorkomt dan de daarop volgende kunststijlen. Het kronkelend diermotief is een zoomorphisch motief van een beest met een langgerekt lichaam dat zich door de afbeelding, zichzelf en andere motieven heen vlecht.
De Borrestijl
De Borrestijl is genoemd naar bronzen teugelhaken die in Borre, Vestfold, Noorwegen zijn gemaakt. Hij werd van circa 835 tot 970 gebruikt door vrijwel alle gebieden onder Vikinginvloed. Ook hier was het grijpende beest een
belangrijk motief. Zijn hoofd was echter driehoekiger geworden en zijn oren staken meer uit. Een ander motief dat vaak voorkomt is het vlecht-ringmotief. Het bestaat uit een symmetrische vlecht, die wordt afgesloten door een cirkel. Dit motief komt vaak voor op riemuiteinden en loopt in dat geval meestal uit op een dierenhoofd. Soms worden er ook Karolingische invloeden, met name plantmotieven, in de Borrestijl verwerkt. Één van de bekendste voorbeelden van de Borrestijl is het stenen kruis in Kirkmichael, Man, waarop in runen staat geschreven: Gaut heeft deze en alle in Man gemaakt. Voorwerpen in de Borrestijl zijn onder andere gevonden in steen, hout en metaal. De randen van metalen voorwerpen werden vaak voorzien van kleine nopjes om filigraan te imiteren.
De Jellingestijl
De Jellingestijl liep voor een grootdeel parallel met de Borrestijl, vandaar dat er verschillende objecten i
n een mixstijl voorkomen – bijvoorbeeld een hanger die in Vårby, Zweden, gevonden is. De stijl is genoemd naar objecten in de koninklijke graftombe in Jelling, Denemarken. Er komen nog steeds dieren in voor, maar ze grijpen de randen en zichzelf niet langer vast. De lintachtige lichamen zijn breder en hebben een dubbel contour, de heupen zijn vaak afgewerkt met een spiraal en de hoofden, die en profil getoond worden, zijn versierd met een soort staarten, hoorns of geweien en hebben een gekrulde bovenlip. Vaak worden de dieren in de Jellingestijl omringd door vlechtwerk.
Een replica van de Jellingesteen van Harald Blauwtand is te zien op het domplein in Utrecht. Deze werd door Denemarken geschonken voor de 600ste verjaardag van de Universiteit Utrecht.
De Mammenstijl
De Mammenstijl is vernoemd naar misschien wel hét bekendste kunstobject uit de Vikingperiode: de
Mammenbijl, ingelegd met zilverdraad. De stijl was in zwang in de late 10de en vroege 11de eeuw. Het was een doorontwikkeling van de Jellingestijl en was vaak moeilijk daarvan te onderscheiden. De dieren in de Mammenstijl werden groter, realistischer en natuurgetrouwer. De spiralen van de heupen zijn ook groter. Op de Mammenbijl zijn ook de kleine nopjes van de Jellingestijl terug te vinden. Tijdens de Mammenstijl werden organische motieven, met name ranken en bladeren, definitief geïntroduceerd in Vikingkunst.
De Ringerikestijl
De Ringerikestijl ontwikkelde zich aan het begin van de 11de eeuw uit de Mammenstijl en is
genoemd naar een regio ten noorden van Oslo, waar er veel steengraveringen in deze stijl zijn gevonden. Het was de eerste periode waarin regelmatig staande stenen werden opgericht. Het grootste verschil met de Mammenstijl is dat de organische motieven in de Ringerikestijl een regelmatig patroon gaan vormen, langer en dunner zijn. De dieren worden slanker en hebben meer rondingen, hun lichaam wordt niet langer aan de binnenkant gedecoreerd en de ogen worden amandelvormig in plaats van rond. De Ringerikestijl had veel invloed op kunstobjecten als manuscripten en grafstenen in Engeland.
De Urnesstijl
De Urnesstijl is de laatste Viking kunststijl en werd tussen circa 1035 tot 1150 toegepast. Hij is
vernoemd naar de gedecoreerde deuren van de Urneskerk aan de Sognefjord in Noorwegen en is ook terug te vinden in Ierland en Engeland. De meeste voorbeelden komen uit Uppland, Zweden. De afgebeelde dieren zijn eleganter en dunner dan die van de Mammenstijl en Ringerikestijl en ze bijten elkaar vaak. Er zijn verschillende voorbeelden waarbij in het lichaam van het dier een runeninscriptie geschreven staat. De spiralen van de heup zijn kleiner en de organische motieven zijn gereduceerd tot lange, kruisende linten.
Vikinginvloeden op Keltische kunst
Doordat de Vikingen zich in de vroege middeleeuwen op de Britse eilanden hebben gevestigd en daar tot in de middeleeuwen zijn gebleven, is het niet verwonderlijk dat hun kunst een grote invloed heeft gehad op de Keltische kunst. De belangrijkste invloed van de Vikingkunst op Keltische kunst is het verwerken van diermotieven in de Keltische knopen, waarschijnlijk vanuit het grijpende beest motief. Bijvoorbeeld het Book of Kells staat er vol van. Ook het geheel geknoopte kruis is een Noors motief en komt onder andere voor op een grafsteen in Clonmacnoise en op een steen uit Iona. In Ierland is er daarnaast een geheel eigen variant op de Urnesstijl ontstaan, de Hiberno-Urnesstijl.
Vaak is de vermenging van beide kunststijlen echter dusdanig, dat het moeilijk te zeggen is welke elementen Viking en welke Keltisch zijn.
|
|
| ||||||||||||||||||
|
|














