Romeinse helmtypering
Misschien wel het belangrijkste stuk pantser werd in de klassieke periode ontwikkeld, de helm. Sinds zijn introductie is de helm continu doorontwikkeld en hij wordt tot vandaag de dag gebruikt. Hij b
iedt bescherming in de oorlog, maar dient eveneens als een statussymbool.
In de bijna duizend jaren dat het Romeinse rijk heeft bestaan, zijn er veel verschillende typen Romeinse helmen ontwikkeld. Over het algemeen wordt er een onderscheid gemaakt tussen de typen montefortino, coolus, imperiale Gallische galea en de imperiale Italische galea. Vanaf de 4de eeuw werd de ribhelm geïntroduceerd. Één ding hadden al deze Romeinse helmen gemeen, ze waren ontworpen voor een maximaal gezichtsveld en gehoor. De meeste Romeinse helmen hadden wangplaten en een nekplaat om de nek beter te beschermen. Het model van deze platen zijn vaak typerend voor de helm waar ze bij hoorden.
De Romeinse huursoldaten droegen meestal niet dezelfde helmen als de legioenen, maar droegen hulptroepenhelmen. Daarnaast bestonden er in het Romeinse rijk ook sporthelmen die eerder een ceremoniële functie vervulden en met name door de cavalerie gedragen werden.
Veel van de helmen zijn duidelijk door andere culturen beïnvloed en invloeden uit de Griekse en Keltische wereld komen vaak in de modellen terug voor.
De montefortino
De montefortino is doorontwikkeld uit Keltische helmen en was typerend voor de republikeinse legionairs. Hij werd meestal uit één deel van brons gemaakt en had een korte, ronde nekbeschermer. De meeste exemplaren zijn teruggevonden in Spanje, Gallië en Noord-Italië.
De montefortino A loopt lichtelijk spits af aan de bovenkant en had hoofdzakelijk knopvormige decoratie. Slechts enkele exemplaren zijn uitgerust met wangkleppen.
De montefortino B lijkt sterk op type A, maar de decoratie is gesimplificeerd en bestaat meestal uit slechts enkele ornamenten.
De montefortino C is minder ovaal aan de bovenkant en conischer van vorm, met een plattere bovenkant. De nekbeschermer van deze helm is breder en platter dan de voorgaande typen.
Bij de montefortino D is de punt aan de bovenkant, waar de helmkam aan bevestigd kan worden, apart gemaakt en aan de helm vast gesmeed.
De montefortino E heeft een bredere nekbeschermer en de helmkampunt is weer een met de helm gemaakt. Hij heeft een bredere platte nekbeschermer en versterkte delen net als de Coolus typen hebben.
De montefortino F sloeg terug op de vroegere modellen. De helmkampunt werd met lood gevuld en de wangkleppen hebben een gladde, niet-omgebogen rand.
Keltische montefortino
Montefortino
Republikeinse montefortino A, messing
Coolus
De Coolus is net als de montefortino een helm met een Keltische oorsprong. Zijn vormgeving lijkt sterk op die van de montefortino, maar hij is minder spits oplopend en heeft een plattere nekbeschermer. Deze helmen werden voor het eerst door de Romeinen gebruikt in de tijd van de late republiek. Het was de helm die het meest kan worden geassocieerd met de uitbreiding van het Romeinse rijk. De coolus was meestal van brons en na de militaire hervorming van Augustus van orichalcum, een metaalsoort dat sterk lijkt op het moderne messing.
De coolus A en B zijn niet duidelijk Romeinse helmen, veel exemplaren zijn ook in Gallië gemaakt. Ze hebben geen knop voor een helmkam.
De coolus C (ca. 50 v.Chr.-50 n.Chr) is wel sterk Romeins beïnvloed. Het tyope werd tijdens de dagen van Caesar gedragen en werd mogelijk zelfs door de legers van Augustus en Marcus Antonius gedragen.
De coolus D (1ste eeuw n.Chr) heeft een knop voor de helmkam aan de bovenkant van de helm, die mogelijk afgeleid is van de montefortino.
De coolus E lijkt sterk op type D, maar heeft een meer aflopende nekbeschermer dan zijn voorgangers. Net als de type C was deze helm populair gedurende de eerste helft van de 1ste eeuw. De meeste teruggevonden modellen van dit type zijn gemaakt van orichalcum. Waarschijnlijk werden de typen D en E gedragen tijdens Claudius’ invasie van Britannië.
De Coolus G werd vanaf 50 n.Chr. tot circa 100 n.Chr. gedragen. Het is de verst doorontwikkelde coolus, maar hij werd nog steeds van brons of orichalcum gemaakt. Rond deze tijd werden er al lang ook galeae gedragen, die al uit ijzer werden gemaakt. Toch moet er rond deze tijd nog voldoende draagvlak voor het gebruik van de coolus hebben bestaan.
Coolus C, Alemannus
Coolus D, Germanicus
Coolus E, Londinium
Coolus G, Rhenus
Imperiale Gallische galea
De galea is een ijzeren helm, typerend voor het Romeinse rijk na de vele veroveringen. Hij is in een groot aantal typen ingedeeld, die over het gehele Romeinse rijk zijn teruggevonden. De naam Gallische galea is door H. Russell Robinson gegeven in zijn Romeinse helmtypering, omdat hij is afgeleid van Gallische helmen. De eerste galeae werden in de periode van Augustus gemaakt.
De galea was in veel opzichten verder doorontwikkeld dan de coolus. Hij was van ijzer gemaakt, duurder, maar sterker dan brons of orichalcum, hij had een grote wenkbrauwrib, gestileerde wenkbrauwen op het voorhoofd en een goed doorontwikkelde nekbeschermer. De ontwikkeling van de Imperiale Galea vond hoofdzakelijk tussen de eerste en tweede eeuw n.Chr. plaats.
De Imperiale Gallische galea A werd in de vroege 1ste eeuw n.Chr. gebruikt. Er zijn verschillende exemplaren teruggevonden, onder andere in Nijmegen. Deze helmen werden door een professional op maat van de legionair gemaakt. Het type is erg simpel, maar heeft twee duidelijke wenkbrauwen op het voorhoofd.
De Imperiale Gallische galeae B en C lijken sterk op elkaar en werden eveneens in de vroege 1ste eeuw gedragen. Deze helmen zijn net als de Galea type A wijds teruggevonden. Ze hebben uitsnedes bij de wangkleppen voor de oren. Type C heeft uitgesprokener wenkbrauwen dan type B.
De imperiale Gallische galea D sluit nauwer aan op het hoofd.
De imperiale Galische galea E komt op het gebied van wenkbrauwrib en wangkleppen overeen met type E. De nekbeschermer is breder en heeft afgeronde hoeken.
De Imperiale Gallische galea F is teruggevonden op verschillende locaties, waaronder Joegoslavië en Besançon. De wangkleppen zijn minder versierd dan voorgaande typen.
De Imperiale Gallische galea G is het meest voorkomende type helm uit het Romeinse rijk en werd vanaf circa 50 n.Chr. gebruikt. De nekbeschermer staat bijna in een loodrechte hoek op de helm en de wenkbrauwrib is plat. De wangkleppen zijn ver ontwikkeld.
De Imperiale Gallische galea H heeft een verder doorontwikkelde wenkbrauwrib en de nekbescherming heeft een scherpere hoek dan type G. Hij werd rond het eind van de 1ste eeuw gedragen. Er zijn veel fragmenten van dit type teruggevonden. De bekendste type H is gevonden in Augsburg.
De imperiale Galliche galea I werd rond het einde van de 1ste eeuw gebruikt en was van brons gemaakt. Hij komt verder grotendeels overeen met type H.
De imperiale Gallische galea J lijkt op zijn voorgangers typen G, H en I, maar heeft een veel grotere nekbeschermer.
Imperiale Gallische galea A, Noviomagus
Imperiale Gallische galea G, Borbetomagus
Imperiale Gallische galea H, Augusta Vindelicorum
Imperiale Gallische galea I, Aquincum
Imperiale Gallische maskergalea
Imperiale Gallische galea deluxe
Imperiale Gallische galea I, Moguntiacum
Imperiale Italische galea
De imperiale Italische galea had duidelijk Italische en Grieks-Etruskische invloeden en had, in tegenstelling tot de imperiale Gallische galea, geen gestileerde wenkbrauwen op de helm. De vormgeving van de nek- en wangplaten leken wel sterk op de imperiale Gallische galea. Mogelijk werden in de loop van de tijd de Gallische galeae vervangen door de Italische typen, want het is bekend dat de Italische typen tot in de 2de en 3de eeuw n.Chr. werden gebruikt. Desalniettemin werden beide typen gedurende de 1ste en mogelijk vroege 2de eeuw n.Chr naast elkaar gebruikt. Een Romeins legioen uit deze periode droeg dus een grote diversiteit aan helmen.
De imperiale Italische galeae A tot E waren van een mindere kwaliteit dan de imperiale Gallische galeae van dezelfde tijd. Na verloop van tijd ontwikkelden de imperiale Italische galeae en verdween het verschil in kwaliteit. Enkele van deze helmen waren van brons gemaakt, of hadden bronzen versieringen, mogelijk omdat dit decoratiever (en goedkoper) was dan ijzer.
De imperiale Italische galea A heeft een brede, niet goed sluitende nekbescherming. Het voorhoofd is versierd.
De imperiale Italische galea B wordt niet meer versterkt. De wangkleppen en smalle nekbescherming is vaak met brons versierd.
De imperiale Italische galea C is van brons gemaakt. Op het achterhoofd en nekbeschermer worden brede, versierde ribbels aangebracht.
De imperiale Italische galea D lijkt op type C. Hij wordt soms rijkelijk versierd met bronzen decoraties.
De imperiale Italische galea E verschilt van type D in dat de nekbeschermer niet plat is, maar schuin afloopt.
De imperiale Italische galea F is een vrij smal model. Een exemplaar is teruggevonden in Mainz.
De imperiale Italische galea G is van ijzer en heeft een versierde, bronzen wenkbrauwrib. Hij heeft drie ribbels op het achterhoofd.
De imperiale Italische galea H is van brons en heeft een brede nekbescherming. De wangkleppen en versierde nekbeschermer zijn zeer groot.
De type D, G en H hebben op de helm bronzen of ijzeren verstevigingen. Mogelijk beschermde dit de helm tegen slagen van bovenaf. Er is een theorie dat deze verstevigingen zijn ontwikkeld in de oorlog tegen de Daciërs, omdat zij gewapend waren met lange sikkelvormige messen, falces (enkelvoud: falx). Er zijn enkele voorbeelden van Gallische galeae die deze trend overnamen, maar over het algemeen kunnen helmen met deze platen als Italische modellen worden gezien.
Imperiale Italische galea B, Dacia
Imperiale Italische galea C, Cremona
Imperiale Italische galea D, Moguntiacum
Imperiale Italische galea G, Hebron
Imperiale Italische galea H, Colonia Ulpia Traiana
Imperiale Italische galea H, Haemus
Imperiale Italische helm
Imperiale Italische galea Trimontium
Vroege Italische galea
Auxiliae
Vanaf de late 1ste eeuw v.Chr. bestond 50% van het Romeinse leger uit buitenlandse huursoldaten, auxilliae genoemd. Dit aantal nam in de loop van de tijd toe en rond 200 n.Chr. bestond het Romeinse leger uit 182.000 legionairs, 10.000 pretoriaanse garde en 250.000 auxilliae.
Auxillae hadden een aantal voordelen voor het Romeinse leger, ze waren vaak gespecialiseerd in krijgskunt die de Romeinse legionairs minder meester waren, zo waren buitenlandse boogschutters, ruiters en lichte infanterie onmisbaar voor de Romeinse legioenen. Daarnaast ontwikkelden de auxilliae door hun dienst in het Romeinse leger loyaliteit tegenover hun nieuwe heerser.
Ze deden altijd dienst in een ander deel van het rijk dan waar ze vandaan kwamen, om kans op desertie te verkleinen. Auxiliae kregen niet per se de duurste uitrusting, maar wel luxer en beter materiaal als ze bij hun eigen stam gewend waren.
De helmen van de auxilliae waren gemaakt van brons, dat was goedkoper maar minder sterk dan ijzer. Desondanks waren ze niet minder geavanceerd als de helmen van Romeinse legionairs. Sommige exemplaren, met name die voor de cavalerie, waren gebaseerd op de imperiale modellen, maar hadden beter overlappende wangplaten en grotere nekplaten. Ook de wenkbrauwrib was een stuk groter dan bij de imperiale helmen. Ze waren duidelijk ontworpen voor optimale bescherming. Een voorbeeld van een cavaleriehelm is in Niederbeiber teruggevonden.
Ook de sagitarii, boogschutters, hadden een speciaal type helm. De boogschutters werden voornamelijk uit de Levant gerekruteerd en hun helmen hebben dan ook Oosterse invloeden. In plaats van een nekplaat heeft hij een nekbeschermer van schaalpantser. De wangplaten zijn kort en eenvoudig en sluiten volledig aan op de nekbeschermer.
Een groot deel van de overige helmen die de infanterie auxilliae gebruikten waren duidelijk ontwikkeld uit de coolus.
Hulptroepengalea B, Moguntiacum
Romeinse boogschuttershelm (sagittarii)
Cavaleriehelm Raetia
Hulptroepengalea Nidda
Hulptroepen-cavaleriehelm, A
Verval van uniformiteit
De uitrusting van de Romeinse legioenen was in de eerste eeuwen na Christus vrij uniform. Rond de 4de eeuw kon dit niet meer worden gehandhaafd, omdat er steeds meer niet-Romeinse troepen werden gerekruteerd. Hierdoor werden andere culturele invloeden geïntroduceerd, zoals van de Germanen, Hunnen, Goten en Franken. Hun uitrusting was talrijk en zeer divers. Daarnaast begon de kracht van de fabricae, de wapenfabrieken die voor de 3de eeuw het Romeinse leger zeer uniform konden uitrusten, te verzwakken.
Ribhelmen
In het begin van de 4de eeuw veranderde de productie van helmen drastisch. De soldaten afgebeeld op de fresco van de slag bij Ebenczer, dragen een soort maliënkap van stalen plaatjes. Helmen waren rond deze tijd dus niet de enige vorm van hoofdbescherming meer.
De helmen die werden gemaakt bestonden uit twee delen, die in het midden aan elkaar waren vastgelast. Over de las werd een rib gemaakt om de naad te verstevigen. De helmen waren rond, hadden een korte losse nekbeschermer en twee eenvoudige wangplaten. Er waren twee gaten opengehouden voor de oren. Deze helmen waren aanzienlijk goedkoper in productie dan de Imperiale typen, maar waren ook zwakker.
In Intercisa zijn vijftien tot twintig van dit soort helmen teruggevonden. Vandaar dat het type ernaar is
vernoemd. Opvallend is dat er restanten van zilver zijn teruggevonden, veel van deze helmen waren waarschijnlijk rijkelijk versierd, net als de exemplaren die in Trier en Worms zijn teruggevonden. Dit type helm was de voorloper van de vroeg-middeleeuwse spangenhelm en veel elementen van de latere spangenhelmen kunnen al in de intercisa worden teruggezien. Bijvoorbeeld de Berkasovohelm en de Deurnehelm zijn ook ribhelmen.
De ribhelm werd gedragen in de neergangsfase van het Romeinse rijk, die zich geleidelijk ontwikkelde tot een machtsvacuüm, waarvan onder andere de Goten, Franken en Germanen hun vruchten plukten. Met de val van het Romeinse rijk kwam er een eind aan een serie verfijnde ontwikkelingen binnen de productie van wapenrusting. De kwaliteit en de homogeniteit van de helmen, zouden lange tijd niet meer worden geëvenaard.
Laat-Romeinse helm, Intercisa I
Laat-Romeinse centuriohelm, Intercisa IV
Laat-Romeinse helm Burgh Castle
Laat-Romeinse cavaleriehelm, Gariannonum
Deurnehelm
Laat-Romeinse Berkasovohelm
|
|
| ||||||||||||||||||
|
|
|















